Biologisch dynamisch imkeren

Imkeren

Biologisch dynamisch

 

‘De imme, een organisch geheel’.

Imme betekent één organisch geheel van werksters, koningin darren en raatwerk. Deze vier elementen zijn sterk met elkaar verbonden en het ene mag niet van het andere gescheiden worden. Doet men het toch, door bijvoorbeeld de koningin weg te nemen en een nieuwe vreemde moer in te voeren, dan pleegt men als het ware heiligschennis en vraagt men om problemen.

Biologisch dynamisch imkeren met de Warre-kast

Op basis van deze theorieën proberen wij  het biologisch-dynamisch imkeren hoog in ons vaandel te dragen dragen en aan te moedigen.
Een Warre-kast is daarbij een heel aangename kast en manier van werken om het  mogelijk te maken, zoveel mogelijk het biologisch dynamisch gedachtegoed toe te passen in onze imkerij.
Dit door oa geen kunstraat, vreemde moeren, suikervoeding, verenigen vóór de winter toe te passen.
De relatie imker en imme, is zodanig opgevat dat de imme er beter van wordt en niet de imker, maw de bijen staan centraal voor ons  en niet de honingopbrengst!

Gebruik van kunstraat

Door gebruik te maken van kunsttraat kan men raten wisselen, maar … hiermee haalt men het hele huishouden van de imme onderste boven. Elke imme bouwt haar eigen skelet (de raten) in een eigen vorm, ritme en behoefte. Van deze eenheid moet men afblijven.

In de hedendaagse bijen kasten hangen de ramen 38,5 mm hart op hart van elkaar. De natuurlijke afstand is 35 mmo Bredere straten hebben een groter warmteverlies. Dit vraagt niet alleen meer energie van de bijen, maar een minder goede warmtehuishouding bevordert ook de ontwikkeling van de varroamijt.

Het gebruik van kunstraat heeft nog andere gevaren. Wanneer we in het voorjaar een volk ruimte geven door een bak boven het volk te plaatsen, gaat men in tegen de natuurbouw: de bijen willen van boven naar beneden bouwen. ‘Men mag zich er dan ook niet over verbazen dat er immen zijn die zich verweren, die steken.’ We moeten dus uitbreiden onder het volk in plaats van erboven.

Invoeren van een vreemde moer

Een jonge koningin die opgekweekt en geboren is in een eigen zwerm, bezit ‘een kwaliteit, een vuur en licht waarmee de bijen zich verbonden voelen’. Een vreemde koningin invoeren, is een hachelijke onderneming, waarvoor we kunstgrepen moeten toepassen, die dan nog meestal mislukken. De ingevoerde moer kan geen verbinding aangaan met de imme, ze blijft een vreemd orgaan dat wordt afgestoten.

Suikervoeding

Alle honing wegnemen en er ter vervanging suiker voor geven, is een regelrechte ramp. Honing is veel meer dan voedsel, het is tevens de bron voor kracht en vorm binnen de imme. Honing heeft een binding van de imme met de seizoenen en het gebied waar zij haar voedsel verzamelt. De imme is een zonnedier. De suikers die wij voeren hebben met de aarde te maken en hebben geen binding met de imme. Ze zijn een dode stof. Op de duur zullen de immen uit elkaar vallen en sterven.

Helaas is het voor ons soms toch nodig dat we bijvoeren; we trachten er wel voor te zorgen dat de bijen kunnen overwinteren op hun eigen honing en halen dus nooit alles weg maar laten min 12 kg achter voor hen

Verenigen voor de winterzit

Het samenvoegen van twee immen voor de inwintering is een zware belasting. Het blijven immers twee vreemde organen, die zich niet verbonden voelen. Dit zorgt voor veel onrust tijdens de winterzit. Pas in het voorjaar wordt het evenwicht hersteld: langzaam sterven de oude bijen en omringt de koningin zich met haar eigen broed om weer imme te worden.

Verbinding imme en imker

Elke imme heeft een eigen karakter waarmee de imker in harmonie moet omgaan, met niet alleen het verstand, maar ook met heel het hart. Zo ontstaat er een sfeer, een verbinding tussen de imme en de imker.

bron http://www.konvib.be/

De Methode zelf :

– Een volk benaderen als één geheel. Dat betekent dat we vermijden om bijen te wisselen van kast, om nieuwe koninginnen te introduceren, om broed te verhangen enz…
– Bijen bouwen alle raten zelf. Geen gebruik en hergebruik van wastafels.
De bijen bepalen dus ook de celgrootte.
– Elk volk mag de hoeveelheid darren bevatten die het zelf bepaalt.
– De kast wordt minimaal geopend. Bij sommige kasten is dat maar twee maal/jaar.
– De bijen overwinteren op eigen honing.
– Alleen “overschotten” aan productie worden geoogst (honing, propolis. ..)
Het oogsten van honing kan absoluut maar mag de nodige wintervoorraden niet aantasten.
Vaak worden honing en raten samen geoogst. (Raten worden niet hergebruikt)
Honing wordt daardoor geperst en niet geslingerd.
– Het bijvoederen gebeurt alleen wanneer dat “onvermijdelijk” is en best met eigen honing. Dat betekent geen gebruik van geraffineerde suiker. Hoogstens in noodgevallen als er bijv.  geen betrouwbare honing beschikbaar is.
– Alleen natuurlijke bevruchting.
– De bijen laten zwermen om zich te vermenigvuldigen.
– Geen gebruik van “kast-vreemde” producten. In de kasten zelf worden geen producten gebruikt die daar niet van “nature uit” kunnen in terecht komen.
– Niet reizen met bijenvolkeren.